Terug naar dag 12 - 13 Home Myanmar Verder met dag 15


Dag 14: Mandelay
Donderdag 28 oktober 2010


Na een uitstekende nacht worden we netjes iets voor de wekker wakker. Om 7 uur lopen we op ons gemak naar het ontbijt. Het was een klein zaaltje met enkele ronde en vierkante tafeltjes waar we met maximaal 4 man aan kunnen zitten. We worden aan tafel bediend maar dat verloopt niet geheel vlekkeloos. Het personeel is blijkbaar niet gewend aan zoveel mensen tegelijk. We moeten lang wachten zelfs zo lang dat Zilversmidsommigen het eten maar zelf gaan halen in de keuken. Na het ontbijt hebben we niet veel tijd meer om onze spullen te pakken en de tanden te poetsen. Onze eerste stop is bij het Shwe Inbin klooster. Dit klooster is een van de laatst overgebleven fraaie voorbeelden van traditionele kloostercomplexen waar Mandalay ooit beroemd om was. Het klooster werd in 1895 gesticht door een rijke Chinese koopman U Set Shwin. Bij de ingang moeten wij onze schoenen weer uit. Vol verbazing kijken wij naar de grond voor ons die ziet er namelijk niet al te fris uit. Dat betekent dus dat we de hele dag met vuile voeten moeten lopen. We maken een rondje rondom het klooster, waarbij we aan de oostelijk kant via een trap het klooster betreden. We bevinden ons dan in de altaar ruimte, kyaung-u-pyatthat genaamd. Deze ruimte is aan de buitenkant te herkennen aan de vijf lagen van de toren. Via een smalle doorgangsruimte, sanu-hsaung, lopen we naar de grote zaal, de hsaung-ma. Deze ruimte wordt gebruikt voor de samenkomsten van de monniken en andere openbare gelegenheden. Helaas zijn er op het moment dat wij een bezoek brengen aan dit klooster geen monniken aanwezig. Via de andere kant van het klooster dalen we de trap weer af en lopen we terug naar de ingang waar onze schoenen staan.

Via de Sagaing Hills, die helemaal vol staan met kleine en grote pagodes, rijden we naar de zilversmid ‘Uba Mhin Daw Khinlay & sons’. De zilversmeden in Sagaing maken nog volgens de oude tradities het zilverwerk. De afbeeldingen worden ter plaatse met de hand in het zilver geslagen. Op de werkplaats zien we verschillende mannen aan het werk. Het is bijzonder kunstig hoe ze die afbeeldingen uit het hoofd in de blikken, schalen en kopjes slaan. Na de werkplaats worden we uiteraard ook nog langs de winkel geloodst in de hoop dat we wat zullen aanschaffen. Aansluitend bezoeken nog een pottenbakkerij. Nou ja bakkerij, in sneltrein vaart zien we twee dames hompen klein tot een potje draaien. Als show laat een van de dames zien hoe ze met vier potten op haar hoofd en twee in ieder hand kan lopen. Achter de pottenbaksters ligt een klein terrasje waar we meteen even gebruik van maken om wat te drinken. Vervolgens stappen we over in 2 trucktaxi's die ons naar de top van Sagaing Hill brengen. De weg er naartoe is te steil en te bochtig voor de bus. Boven op de berg bevindt zich de Umin-Thonze-Hpaya pagode. De naam Umin Thonze betekent 30 grotten. Het gebouw onder de pagode heeft de vorm van een halve cirkel en bevat 45 zittende Boeddhabeelden welke middels 30 toegangen te bezoeken zijn. Deze toegangen geven je het gevoel dat je een grot betreed. Het gehele gebouw is voorzien van mooie zachte pasteltinten, die door de zon nogal fel worden opgelicht en pijn aan de ogen doen. Aansluitend rijden we met de taxi’s naar de Sun-U-Ponnya-Shin pagode. Deze pagode staat net als de Umin-Thonze-Hpaya op een berg en heeft ook van die leuke pastelachtige kleurtjes. In de pagode staat naast de grote zittende boeddha een beeld van een haas. Volgens de overlevering bezocht boeddha in een vroegere incarnatie als hazenkoning deze bergtop. Vanaf het terras hebben we een prachtig uitzicht op het pagode landschap, de Ayeyarwady en Sagaing. Na ons bezoek stuiteren we met de truckjes weer naar beneden. Aan de voet van de berg stappen we over op de bus die ons naar het lunch adres brengt. We kunnen kiezen uit 2 restaurants, een Chinees of een Birmaan. Het grootste gedeelte gaat toch wel voor de Chinees. Het restaurant is heel ruim opgezet met bij de ingang allerlei zilveren souvenirtjes. We hebben het hele restaurant tot onze U-Beinbrugbeschikking want we zijn de enige gasten. We bestellen een pineapple schotel en een blanke rijst met een beetje saus voor mij. Ik durf nog niet al te uitgebreid te eten ondanks dat het al een stuk beter gaat. Na de lunch maken we nog een korte wandeling over de nabij gelegen markt, maar het is behoorlijk warm en drukkend dat we allemaal ruim voor tijd weer in de bus zitten.

Om 2 uur vertrekken we uit Sagaing en rijden we naar ‘De stad van de Onsterfelijke’, Amarapura. Deze oude hoofdstad werd in 1782 gesticht door koning Bodaw-hpaya. We worden bij een markt afgezet en lopen zo richting de U-bein brug. Onderweg komen we langs vele houten huisjes waarin weefgetouwen ratelen. In de tuinen hangt het geverfde katoen te drogen. Amarapura staat bekend als het centrum van katoen- en zijdeweverijen. Op straat is het een drukte vanjewelste. We zijn erg blij met Ernst-Jan die ons de weg wijst. Na een klein half uurtje komen we bij het Taungthaman-meer aan. Over dit meer ligt de 1,2 kilometer lange U-bein brug. Het is de langste teakhouten brug ter wereld. Aan het begin van de brug staan vele verkopers. We zien zelfs een mannetje die uilen staat te verkopen. We lopen op ons gemak over de brug. De brug is genoemd naar de burgemeester van Amarapura, die deze houten brug in de negentiende eeuw liet bouwen. Op de brug zijn af en toe overdekte rustplaatsen, waar verkopers van alles proberen te verkopen. Op sommige stukken is het behoorlijk druk en is het best spannend op elkaar te passeren. De brug heeft namelijk geen reling. Het meer is een favoriete visstek. We zien dan ook diverse vissers zowel op als in het water aan het werk. We lopen naar de andere kant van de brug waar we met zijn allen een drankje nemen bij een barretje. Vanaf het terras hebben we mooi uitzicht op de brug. Na een drankje bezoeken we de Kyauk-taw-gyi-pagode. Deze pagode werd door koning Pagan, de broer van Mindon, in 1847 gebouwd. Binnenin de pagode zien we een reusachtig Boeddhabeeld van marmer en kleine monnikenbeelden, die leerlingen van Boeddha voorstellen. De schilderingen in de toegangshallen zijn bijzonder goed bewaard gebleven. Zij laten het leven, de pagodes en de paleizen uit de tijd van koning Pagan zien. Op een van de beelden herkennen we Sagaing met zijn pagodes en de Ayeyarwady. Op ons gemak lopen we weer terug naar de brug waar we samen met Bas een bootje huren om terug te varen naar de andere kant van het meer. Het zonnetje is al aardig aan het zakken dus dat levert mooie silhouetten op. De terugtocht duurt ongeveer een halfuurtje. Eenmaal aan de overkant hebben we nog even de tijd om wat foto’s te maken van de U-bein brug in het late avondzonnetje. Om half 6 vertrekken we met de bus terug naar het hotel. De rest van de avond doen we rustig aan en bijtijds kruipen we onder de wol.


Home Travel photography Nature photography Links E-mail