Terug naar dag 14 Home Myanmar Verder met dag 16


Dag 15: Mandalay
Zondag 31 oktober 2010


Na een goede nachtrust worden we om 6 uur wakker van de wekker. Als we klaar zijn lopen we op ons gemak naar de ontbijtzaal. We blijken een van de laatsten te zijn. Alle tafels zijn gevuld. Er is nog precies een plekje voor ons vrij. Het bedienen gaat dit keer vlot en binnen no-time hebben we onze toast en de banaantjes tot onze beschikking. Zelfs de thee smaakt prima en ziet er niet al te donker uit. Om half 8 vertrekken we in 19 fietstaxi’s naar de opstapplaats van de boot, die ons naar de Mingun-pagode zal brengen. Het is een lollig gezicht die lange sliert fietstaxi’s door de straten. Sommige fieters zijn alleen niet al te subtiel, die van Mariam botst zelfs tegen een auto aan. Na een half uurtje slingeren door de stad komen we bij de opstappplaats voor de boot aan. Via een simpele houten plank stappen we aan boord van de boot. TweeMingun pagode bemanningleden houden de reling voor ons omhoog. Op de boot staan prachtige houten kuipstoeltje waarin we heerlijk kunnen zitten. De tocht duurt ongeveer een uurtje en wordt de ‘Road to Mandalay’ genoemd. Vanaf de boot hebben we een prachtig uitzicht op de berg Mandalay en de daarachter gelegen bergen van de Shan in de verte. Al van verre zien we de vijftig meter hoge Mingun-pagode. Bij de aanlegplaats worden we opgewacht door taxi’s in de vorm van ossenkarren en verschillende verkoopsters. We beginnen bij de Mingun-pagode. Deze bouw van deze pagode werd in 1790 gestart onder leiding van koning Bo-daw-hpaya. De pagode had een hoogte van 170 m moeten krijgen zodat men hem zelfs vanuit Amarapura zou kunnen zien. Met deze hoogte zou de pagode het grootste boeddhistisch heiligdom ter wereld worden. De pagode is echter maar voor een derde afgebouwd, doordat de Konbaung-dynastie ten onder ging tijdens de eerste Engels-Birmaanse oorlog. Ook kreeg de pagode te maken met een aardbeving in 1838 waarbij de relikwieënkamer instortte. Een lange scheur in de voorgevel getuigd nog van dit voorval. Via een pas aangelegde trap beklimmen wij samen met Mariam deze ‘grootste bakstenen berg ter wereld’. We worden daarbij begeleid door een hele stoet jongens die ons maar al te graag naar boven willen brengen voor een fooitje. Eenmaal aangekomen op de pagode hebben we een prachtig uitzicht over Mingun en de Ayeyarwady. We zien ook de restanten van de twee 33 meter hoge chinthei-beelden, die de trap naar de Mingun-pagode moesten bewaken, de Hsin-byu-me-pagode en de Mingun-gong.

Vanaf de Mingun-pagode wandelen we naar het nabij gelegen bejaardentehuis. Dit ruim opgezette complex is gesticht door een boeddhistische non van rijke komaf. We bezoeken allereerst de slaapzaal van de alleenstaande mannen. In de ruim opgezette kamer staan een aantal bedden met aan ieders zijde een kastje voor de privé spulletjes. De kamer van de alleenstaande dames ziet er ook keurig schoon en opgeruimd uit. De echtparen hebben de beschikking tot kleine huisje die zich tegenover de slaapzalen bevinden. Als we staan te kijken, gaat de bel voor het ontbijt. De dames en heren lopen in een rijtje naar de eetzaal aan de andere kant van het plein. Wij volgen ze naar de eetzaal. Er wordt eerst gebeden voordat er wordt opgeschept. Als we naar de uitgang lopen van het complex komen we nog langs de dokterspost. We nemen een kijkje binnen. De apothekersassistente begroet ons vriendelijk en maakt een praatje met ons. Schuin tegenover het bejaardentehuis ligt de witte Hsin-byu-me-pagode. Deze pagode werd tijdens het bewind van Bo-daw-hpaya in 1816 door kroonprins Ba-gyi-daw gebouwd voor zijn lieftallige echtgenote, prinses Hsin-byu-me. De pagode heeft een ongebruikelijk bouwstijl. Zeven golvende terrassen lopen kringvormig om de pagode heen en symboliseren de zeven gebergten die de wereldberg Meru omsluiten. Via een smalle steile trap beklimmen we de witte pagode. We komen uit op een terras vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de nabij gelegen Mingun-pagode. Vanaf de Hsin-byu-me-pagode lopen we terug naar de boot. Onderweg maken we nog een korte stop bij de Mingun-gong. Deze 6 meter hoge gong is met zijn 101.4 ton zware gewicht de zwaarste nog intact zijnde gong ter wereld. Als laatste maken we nog wat foto’s van de omgevallen chinthei-beelden en de Mingun-pagode plaquette. Netjes op tijd vertrekken we met de boot terug naar Mandalay. De terugtocht duurt beduidend korter omdat we stroomafwaarts varen. Eenmaal terug aan de overkant gaan we samen met meneer Win, Wil en Bas terug naar het hotel. We proberen eerst een blauw/witte taxi te regelen, maar die kost ons 30.000 kyat en dat vinden we veel te veel voor het kleine stukje. We besluiten de stadsbus te nemen, uiteraard wel onder leiding van meneer Win. Met zijn allen kruipen we in de achterbak van een pick-uptruck. Bij de klokkentoren stappen we uit en lopen we het laatste stukje naar het hotel. Terug in het hotel regelt meneer Win een taxi voor ons die ons de rest van de middag zal begeleiden om de gemiste excursies van afgelopen vrijdag in te halen. Om één uur zijn we klaar voor vertrek. Ons eerste doel is Mahamyat Muni. De ingang van deze pagode wordt bewaakt door 2Kutho-daw pagode prachtig gekleurde chinthei beelden. Via allerlei langgerekte gekleurde hallen met enkele kraampjes lopen we naar het midden van de pagode. Hier bevindt zich de met goud bedekte Mahamuni boeddha. Het geheel komt wat bazaarachtig over. Mannen mogen pal voor de ingang plaatsnemen of de ruimte met het altaar betreden. Vrouwen daarentegen moeten genoegen nemen met de ruimte achter de mannen. Van het 3.8m hoge beeld is alleen het gezicht nog goed te zien. De rest van de boeddha ziet er wat pokdalig uit door de miljoenen opgeplakte stukjes bladgoud. De mensen voor de ingang zitten helemaal in een soort trance. Met de taxi vervolgen we onze weg naar de marmer straat. Hier zien we hoe steenhouwers uit marmeren blokken Boeddhabeelden hakken. Ze beginnen eerst met het lichaam en vervolgens gaan ze verder met het gezicht. Het is een groot stofnest en we verbazen ons dat geen van de steenhouwers mondkapjes dragen. Dit kan niet gezond zijn. We stappen weer in de taxi en rijden verder.

Ons volgende doel is het Mandalay Palace wat midden in het centrum van de stad ligt. De muren en de grachten zijn de enige originele overblijfselen van de koningsstad. Het paleis is na de verwoesting in maart 1945 herbouwd. Voordat we het terrein mogen betreden moeten we 10 Kyat betalen en de paspoorten laten zien. Via een van de vier hoofdpoorten betreden we de voormalige paleisstad. De koningsstad wordt verdeeld in afzonderlijke vierkanten en rechthoeken door recht op elkaar staande straten. In het midden bevindt zich het 120 gebouwen tellende koninklijke paleis. Het is opvallend rustig zodat we op ons gemak een kijkje kunnen nemen in een aantal gebouwen. Als laatste bezoeken we de uitkijktoren van het terrein. De houten wenteltrap kan zo te zien we een opknapbeurt gebruiken. We twijfelen even of het wel verantwoord is om naar boven te gaan, maar als we zien dat er meerder mensen van boven naar beneden komen wagen we de gok. Vanaf de toren hebben we een mooi uitzicht over het gehele complex. De taxi brengt ons vervolgens naar de Shwe-nan-daw-kyaung of het Gouden Paleis-klooster. Dit klooster is het enige paleisgebouw wat de Britse granaten heeft overleefd. In dit teakhouten klooster stierf koning Mindon. Na zijn dood werd het gebouw een tijdlang nog gebruikt als meditatie ruimte. Tegenwoordig is het een museum. Nadat we onze kaartjes hebben getoond, nemen we een kijkje in het klooster. Hier en daar zien we nog wat van de vroegere koninklijke pracht en praal. Binnen zien we goed bewaard gebleven houtsnijwerken en een kopie van de reusachtige leeuwentroon van de Konbaung-koningen. Ooit waren de buiten muren verguld en versierd met bladgoud. Hier en daar zien we op de buitenmuren nog wat restanten van dat bladgoud. Na ons bezoek aan het gouden klooster brengt de taxi ons naar het grootste boek ter wereld, de ‘Kutho-daw-pagode. De ‘pagode van de Koninklijke Verdienste’ werd in opdracht van koning Mindon gebouwd. De pagode had een bouwtijd van maar liefst zeven jaar en kwam in 1868 gereed. Een paar jaar later werd het aangevuld met 729 kleine pagodes. In deze 729 kleinere pagodes werden marmeren tegels aangebracht met de tekst van de tipitaka. Via een van de vier met spiegelmozaïeken versierde paviljoens betreden we het terrein. We wMandalay Hillorden bijgestaan door een wat oudere dame die zeer onder de indruk is van ma. Zij vertelt dat ze zelf ook 63 is en aan kickboksen doet. We maken een rondje over het terrein waarbij we uiteraard beginnen bij de grootste pagode van het complex, de Maha Lawka Marazein pagode. Deze vergulde pagode steekt mooi af tegen de witte kleinere pagodes. Hij werd gebouwd naar het voorbeeld van de Shwezigon-pagode in Bagan. We lopen een rondje om de pagode en bezoeken zo ook de drie andere paviljoens. Deze paviljoens bevatten naast de mooie spiegelmozaïeken ook boeddha’s die worden vereerd.

Als laatste van de dag bezoeken we Mandalay Hill. Rond kwart over 4 arriveren we bij de twee reusachtige chinthei-beelden aan de voet van het 1729 traptreden tellende pelgrimspad. We worden meteen aangesproken door taxichauffeurs die ons naar de top willen brengen. Wij besluiten echter om te gaan lopen. Onderaan de trap moeten uiteraard de schoenen uit. De trap heeft vrij vlakke traptreden en is daardoor niet erg vermoeiend. Na ongeveer 435 treden komen we bij het eerste uitkijkplatform uit. Op dit platform bevindt zich in een pagode het beroemde Peshawar-relikwie. Het uitzicht valt verder een beetje tegen door de omringende begroeiing die het uitzicht belemmerd. We klimmen verder de trap op. Bij het volgende platform staat in het midden het beeld van de Byadeik-pay-boeddha, de 'Profeterende Boeddha'. Deze boeddha houdt zijn rechterhand uitgestrekt in de richting van Mandalay. Deze symbolische houding van de hand komt nergens anders voor en symboliseert de voorspelling van boeddha over de stichting van de stad. Op het volgende platform stuiten we op het kleurrijke beschilderde beeld van de vrouwelijke demon Sandra Moke Kit. Zij biedt aan boeddha haar afgesneden borsten aan. Als we op het bovenste platform aankomen, zijn we enigszins teleurgesteld wat we te zien krijgen. Het ziet er allemaal maar kaal en kleurloos uit. We keren om en lopen terug naar beneden. Bij het eerst volgende platform zien we ineens foto’s van een kleurrijke tempel die boven op de berg zou moeten staan. Aan de lokale bewoners vragen we waar dit is. Er blijkt een smal kruip-door-sluip-door route naar boven te zijn, die je niet ziet als je het niet weet. We lopen door een tweetal gewelven en komen dan ineens op het bovenste platform uit. We kijken onze ogen uit. Het uitzicht is prachtig maar ook de met spiegelmozaïeken ingelegde tempel is een lust voor het oog. Het zonnetje is al aan het zakken waardoor het nog mooier wordt opgelicht. We maken een rondje over het platform en genieten van al het pracht en praal. Ineens bedenken we dat we ook nog het hele stuk naar beneden moeten. De schemering begint al aardig in te vallen, zodat we moeten opschieten. De meeste winkeltjes op de trap zijn inmiddels verdwenen waardoor het stuk donkerder is. Gelukkig verloopt de terugreis naar beneden een stuk vlotter dan de heenweg. Rond half zes komen we net voor het donker bij de taxi aan. De taxichauffeur brengt ons terug naar het hotel. Onderweg bedenken we ons dat we eigenlijk wel graag meteen willen gaan eten. We vragen of de chauffeur ons wil afzetten bij restaurant Mann. Als we hem betaald hebben, nemen we afscheid en bedanken we hem vriendelijk. In het restaurant bestellen we twee sweet sour chicken met cola. Ondanks dat we ons vreselijk vies en stoffig voelen smaakt het eten uitstekend. Na het eten lopen we terug naar het hotel waar we om kwart voor 7 arriveren. Uiteraard duiken we eerst lekker onder de douche om al het vuil en stof van ons af te spoelen. Aansluitend werken we het dagboek bij en bekijken we nog wat de foto’s. Om 9 uur vinden we het welletjes en kruipen we lekker in bed waarna we vrij snel al genietend in slaap vallen.


Home Travel photography Nature photography Links E-mail