Zoals we inmiddels gewend waren, liep de
wekker om half 8 af en zaten we een half uurtje later aan het
ontbijt. We
zaten weer met Andrea & Marcel aan de tafel. Zij hadden nog
steeds geen
echt wild gezien op een paar elken
na
en daar baalden ze flink
van. Wij beloofden hen dat ze zich geen zorgen
hoefden te
maken. In het Wellsgray Nationaal Park zou het wild tevoorschijn
komen. Deze
ochtend hadden we een overheerlijke warme kaaspunt en diverse muffins.
Om 9 uur waren we klaar
voor de lange rit naar Whistler.
Voordat we Clearwater daadwerkelijk verlieten, reden we langs een
benzinestation om de tank te vullen. Onze eerste stop was rond half 11
bij Lac
des Roches, maar er was niet al te veel te zien zodat we gauw weer
verder
reden. Het volgende stuk richting Clinton mocht ik rijden, maar daar
werd ik
ook niet veel vrolijker van want het was een lange en saaie rit.
In Clinton
bezochten we het informatie centrumpje, maar dat stelde niet echt veel
voor.
Aan de overkant van de straat vonden we een telefooncel, waarmee we
naar huis
konden bellen. Het was een deurloze telefooncel, zodat we behoorlijk wat last van het lawaai
van voorbij rijdende auto’s hadden. Rond 1 uur gingen we weer
verder. Jeroen
had inmiddels het stuur weer overgenomen. In het Marble
Canyon Provincial Park maakten we een korte stop. We
wandelden langs het Turkquoise Lake naar
een bruggetje wat ons aan de overkant
van het meer bracht. Het water was prachtige turkooizen en kleurde mooi
bij de omliggende groene bomen en grijze bergen. Voordat we
verder
reden, genoten we in het zonnetje nog even van een appeltje.
In de volgende

kilometers zagen we het landschap zichtbaar veranderen
van een
groene vallei naar een dorre woestijn. Ook de temperatuur veranderde
voelbaar.
Bij de Fraser Benchlands maakten we
een korte fotostop. De temperatuur was hier opgelopen naar 27˚C en dat
was
duidelijk te voelen. De zon brandde echt. We stapten gauw weer in de auto en reden verder, want het was
nog een aardig eindje rijden naar Whistler. Onderweg maakten we
nogmaals een
korte stop en wel bij Duffy Lake.
Dit
meer lag namelijk voor een groot gedeelte helemaal vol met oude dode boomstammen.
Dat was
echt een grappig gezicht. Op verschillende plekken konden we zelfs over
de
boomstammen lopen. Jeroen was een echte durfal. Hij was natuurlijk
weer op
zoek naar een prachtig plaatje zodat hij echt heel ver het meer op
ging. Ietsje
verderop lag er naast de weg een gletsjertong, maar helaas hadden wij
meer
aandacht voor het meer dan het ijs zodat we er voorbij reden.
Het begon al aardig laat
te worden, zodat we in het Joffry Lakes
Park alleen de wandeling naar het eerste meer maakten. Op de
parkeerplaats
werden we vergezeld door een nieuwsgierige gopher
en 2 Canadese gaaien. De wandeling naar het eerste meer was slechts 0.5
kilometer
zodat we nog even de tijd namen voor een paar fotootjes. Helaas werkte
de wind
niet echt mee, want elke keer als je op het punt stonden een foto te
maken,
kwam er een windvlaag die het water deed rimpelen. Rond 6 uur verlieten we
het parkeerterrein en reden we verder. In Pemperton gingen we op
zoek
naar een telefooncel, want ook onze B&B in Whistler gingen
we niet op
tijd bereiken. Tegen de verwachting in arriveerden we toch nog
bijtijds in Whistler. Aangezien we toch al hadden aangegeven dat we te
laat waren, gingen we
eerst even lekker wat eten. Op de Village
Square vonden we ‘La
Brassière’ een redelijk restaurant, waar we een
heerlijke kerriepasta aten. De ober zag er wel een beetje vreemd uit
met zijn
zwarte nagellak maarja dat namen we maar op de koop toe.
Na het diner liepen we
direct even langs de supermarkt om onze voorraden aan te vullen. Rond
half 9
zaten we in de auto en gingen we op zoek naar de 'Snow
Country Cottage'.
Gelukkig hadden we een goede route beschrijving zodat we het snel
vonden.
Eenmaal binnen kregen we van onze gastvrouw een hele uitleg van wat er
allemaal
te doen was in de omgeving. Na de uitleg trokken we ons terug op de
kamer en kropen we bijtijds in bed, want we waren weer behoorlijk moe.