Ook
vandaag liep de wekker weer om half 8 af. Een
half uurtje later zaten we alweer aan het ontbijt, waarbij we werden
vergezeld
door een pasgetrouwd stel, Andrea & Marcel, uit (hoe kan het
ook anders)
Nederland. Het ontbijt

bestond ook deze ochtend weer uit die enorme
mand met verse
broodjes en muffins. Half
10 waren we klaar
voor vertrek en namen we afscheid van onze gastvrouw. Het was slechts
een klein
stukje rijden voordat we de grens van British Colombia weer passeerden
en de
klok een uurtje terug konden draaien. Onze eerste stop van dag was bij
de Overlander
Falls.
Een prachtige
brede
maar lage waterval waar de rivier zich een weg baande langs enorme
rotsachtige
oevers.
Vanaf de Overlander Falls was het weer een klein
stukje rijden naar het Mount Robson Visitor
Centre waar we opnieuw stopten. We
hadden een prachtig uitzicht op de imposante Mount Robson. Jammer
genoeg was de
top van de 3954 meter hoge berg (de hoogste in Canada) in wolken
gehuld, maar
af en toe hadden we geluk en konden we toch een glimp van het topje
zien. We
bezochten het toeristen centrum en gingen op zoek naar nabij gelegen
wandelroutes. De meeste waren net iets te lang voor onze dagplanning,
zodat we
maar door rijden. Ons
volgende doel was weer
een waterval en wel de Rearguard Falls.
We wandelden door een bos over wat houten bruggetjes en plots stonden
we voor
een hek vanwaar we een eerste blik op de falls
konden werpen. Prachtig! Deze waterval was hoefijzervormig en lag
bovendien in
een bocht van de rivier. De rivier stortte zich in de gehele breedte
een drie
tot viertal meter naar beneden om zich vervolgens in een haakse linker
bocht te
wringen.
Rond
half 1 reden we weg
bij de waterval en gingen we op weg naar het R.S.Waterfowl
Sanctuary. Dit
gebied lag wat verscholen langs de weg,
zodat we er weer bijna

voorbij reden. Het was een soort particulier
parkje wat
ter nagedachtenis was aan Robert Starratt. We maakten een wandeling
over de
vlakte waarbij we diverse vogels zagen en hoorden. Toen we bij een
splitsing
aankwamen, was het niet geheel duidelijk waar we nu naar toe moesten
want het
infobord was wat verouderd. Het eerste pad leidden ons het park uit,
het
tweede
pad verdween onder water en het derde pad ging verder het bos in. We
liepen langs een oude ruïne (waarschijnlijk
ooit een huis) van wie dat konden we niet helemaal meer ontcijferen,
want het
infobordje was gedeeltelijk verbleekt. Naarmate we verder in het bos
kwamen,
kregen we steeds meer last van muggen. We begonnen ons ook meer zorgen
te
maken, want het pad liep steeds verder van de auto vandaan en dat leek
ons geen
goed teken. Op een gegeven moment waren we de muggen zo zat dat we
rechts
omkeert maakten. Onderweg zagen we beide verse pootafdrukken van een
beer. We
zeiden allebei maar niets om elkaar niet bang te maken. Opgelucht
arriveerden we
rond 3 uur bij de auto en reden we snel weg van deze plek. We
reden nu flink door tot
aan wederom een waterval en wel Little
Hell’s Gate. In eerste instantie waren we ook deze
waterval voorbij gereden.
Het bord stond dan ook behoorlijk verdekt opgesteld in de bocht. Deze
waterval
bleek vanwege het hoge waterpeil erg bijzonder te zijn. Een Canadese
familie
vertelde ons dat het waterniveau zelfs 3 tot 5 meter hoger was dan
normaal,
vanwege de enorme sneeuwval die dit jaar was gevallen.
Het
was nog een heel
gepuzzel om een leuk restaurantje te vinden, want Clearwater
bleek een nogal klein dorp te zijn. Gelukkig hadden we
in een boekje de 'Trophy Mountain Buffalo Ranch'
zien staan en dat leek ons wel
wat. We moesten wederom goed zoeken
en konden onze ogen in eerste
instantie
niet geloven toen we bij het restaurant arriveerden. Het restaurant
bleek in de
tuin van een huis te liggen en zag er erg primitief uit. Het eten (Maui
Waui
Bison Sirlion) echter smaakten heerlijk, maar toch hadden we een beetje
onze
twijfels. Druk was het er wel, want alle tafels (5 in totaal) waren
bezet. Na
het diner zetten we
koers richting de 'The Blue Grouse Country Inn'
B&B. Eenmaal aangekomen op
het landgoed zagen we een prachtig en gezellig houten complex liggen.
Ook hier
moesten we het weer met een papiertje doen, want de gastvrouw was niet
thuis.
We hadden onze kamer snel gevonden, maar voordat we naar binnen gingen
genoten
we nog even van de zoemende kolibrietjes. Jeroen vond er nog eentje op
de
grond, die was waarschijnlijk heel hard tegen een ruit gevlogen want
hij zat er
wat versuft bij. Het was inmiddels alweer bij tienen toen we onder de
wol
kropen.