Terug naar dag 12 Home IJsland
Verder naar dag 14


Dag 13: Skógar (via Seljalandfoss) – Gullfoss

Dinsdag 21 Juni 2005


Een uurtje nadat de wekker was afgegaan, zaten we al aan het ontbijt. We bleken niet de eerste te zijn, want de hele zaal zat vol met Fransen. Gelukkig waren zij grotendeels klaar, zodat het snel een stuk rustiger werd. Op de buffettafel stond dit keer een heerlijke aardbeienyoghurt, die we konden vullen met bijpassende harde muesli nootjes met stukjes aardbei. Kwart voor 9 vertrokken De ‘Stinker’ ofwel de Sólheimajökullwe vanuit het hotel en reden we nog even langs het zwarte strand om wat fotootjes te maken. Het strand zag er nu veel aantrekkelijker en mooier uit, omdat er een gezellig zonnetje scheen. Terwijl Jeroen mooie plaatjes aan het schieten was, genoot ik nog even van de vrolijke rondvliegende Puffins. Vanaf het strand gingen we op weg via de 1 naar de ‘Stinker’ ofwel de Sólheimajökull. Via de 221 bereikten we deze uitloper van de Mýrdalsjökull gletsjer. De Sólheimajökull heeft zijn naam te danken aan het stinkende rivierwater, dat als gevolg van vulkanische activiteit onder het ijs vaak naar zwavel ruikt. Nadat we de auto hadden geparkeerd, maakten we een korte wandeling langs de gletsjertong. De lucht bleef gelukkig zuiver, zodat het voor ons een gewone gletsjertong bleef.

Onze volgende stop was in het dorpje Skógar. De Skógafoss was vanaf de weg al prachtig te zien. Deze 60m hoge waterval behoort tot een van de hoogste van IJsland. Volgens een oude legende heeft de kolonist Þrasi een kist met goud onder de waterval verborgen. Er is vaak naar gezocht, maar tot nu toe nog steeds zonder resultaat. We parkeerden de auto op de parkeerplaats en liepen het laatste stukje naar de waterval. Hij zag er prachtig uit mede dankzij het zonnetje. Een heldere regenboog vervolmaakte het betoverende tafereel. Via een trap konden we naar boven, zodat we de waterval van bovenaf konden bewonderen. Boven stond er ontzettend veel wind, zodat het best lastig was om een mooi plaatje te schieten. Bovendien waren er weer van de leuke randjes, waar Jeroen nogal wat moeite mee had.

Het volksmuseum was de volgende bestemming. Het museum was verdeeld in een buiten- en binnen verblijf. We besloten eerst lekker buiten de boel te verkennen, aangezien het heerlijk weer was. Op het buiten terrein bevond zich een turfboerderij uit 1880, een houten herenhuis gemaakt van drijfhoDe Gullfossut uit 1878, een boerderij uit 1919, een kerkje uit 1879 en een schooltje uit 1901. Binnen konden we een groot aantal gebruiksvoorwerpen bewonderen. Nadat we alles in onze ogen hadden gezien, besloten we een heerlijke slagroom wafel in het restaurantje te eten voordat we weer zouden vertrekken.

Via de 1 reden we naar de 249 voor de Seljalandfoss. Deze kleine, maar hoge waterval lag aan de oude ringweg, zodat we een klein stukje moesten omrijden. Het bijzondere van deze waterval was de mogelijkheid om er achterlangs te lopen. Er stond ontzettend veel wind, zodat de waterval helemaal verwaaide. Uiteraard wilden we de waterval ook van de andere kant bekijken, zodat we eerst even naar wat andere mensen keken om de beste tactiek uit te vinden. Via de linkerkant konden we via een smal paadje, wat nogal nat De oude Geiser Strokuren glibberig was, vrijwel droog achter de waterval komen. Natuurlijk hadden we wel al onze spullen veilig onder onze jas verborgen, wat je weet nooit de natuur is veranderlijk. De weg terug was lastiger om droog over te komen. Timing was het belangrijkste, de wind moest de andere kant op waaien en dan konden we grotendeels droog terug komen. We hadden geduld en op het juiste moment renden we snel over het pad naar veilig droog gebied. In Hella gingen we op zoek naar een art/handicraft winkeltje. We hoopten hier een houten papegaaiduiker te vinden, maar helaas verder dan rommel kwamen ze niet. We zetten koers naar ons 'Edda' hotel in Laugarvatn, waar we rond half 5 arriveerden. We kregen al snel spijt dat we de koffers direct hadden meegenomen, want onze kamer (103) lag in een ander gebouw.

We vertrokken direct weer richting de mooiste waterval van IJsland, de Gullfoss. Het water viel hier in twee trappen, die haaks op elkaar stonden, ruim 32m naar beneden. De trappen waren gevormd door harde basaltlagen, die afgewisseld werden door zachter materiaal. Het opspattende water zorgde weer voor enige nattigheid, maar ook voor een prachtige regenboog, waaraan de waterval zijn naam ‘Gouden waterval’ dankt. We konden de waterval vanaf twee verschillende plateau’s bekijken. We begonnen bij het bovenste plateau, waarbij we ook enigszins nat werden. We hadden wel een goed zicht op de twee trappen, waar het water vanaf raaste. Het tweede plateau bereikten we met de auto en hiervandaan hadden we een prachtig uitzicht op de regenboog bij de waterval. We reden een klein stukje terug over de 35 naar Geysir, waar we in een hotel in het restaurant gingen dineren. Vanaf ons tafeltje hadden we prachtig uitzicht op de Strokkur die om de 5 minuten een enorme waterstraal de lucht in joeg. We bestelden een Geysir sandwich en Geysir burger (ISK 3540). Ondanks dat er op de menukaart stond dat het small dishes waren, kregen we een aardig bord voorgeschoteld met een heleboel extra patatjes. Na het diner liepen we naar de Strokkur geiser. Het was lekker rustig, zodat we op ons gemak foto’s konden nemen van de spuitende geiser. We moesten uiteraard wel geduld hebben, want tussen de uitbarstingen zaten soms wel 8 minuten. De zon scheen prachtig, zodat de foto’s extra mooi werden. Voordat we er erg in hadden was het half 10 en dus hoog tijd om terug naar het hotel te gaan voor de nacht. We moesten nog een aardig eindje rijden, zodat we pas om 11 uur in ons bed lagen.



Home Travel photography Nature photography Links E-mail