Terug naar dag 2 Home IJsland
Verder naar dag 4


Dag 3: Rondrit Schiereiland Vatnsnes

Zaterdag 11 Juni 2005


We werden om half 7 wakker nog net voordat de wekker af ging. Het was buiten ontzettend mistig en druilerig. Het ontbijt was fantastisch uitgebreid. We konden kiezen uit verschillende soorten brood (stokbrood, crackers, broodjes en koekjes) en beleg (jam, kaas, ei, paté). Het was inmiddels aardig druk geworden in het hotel, want haast alle tafels waren bezet. Om half 9 vertrokken we naar de drieduizend jaar oude Grábrók krater, Grábrók Kraterdie slechts 10 minuten vanaf het hotel lag. We parkeerden de auto op de kleine parkeerplaats voor het informatiebord. Via een hekje kwamen we op een houten vlondertrap terecht. Helemaal boven op de kraterrand hadden we een prachtig uitzicht over het Grábrókarhraun lavaveld. We maakten een rondje over de kraterrand en zagen de tweede krater Grabrókarfell in de verte liggen. De derde en laatste krater konden we niet vinden en pas toen we beneden op het bord keken, zagen we de Litla-Grábrók vlak voor onze neus liggen. Via de 1 reden we verder noordwaarts richting onze volgende stop in Hvammstangi, waar we in een kleine supermarkt wat boodschapjes deden. Voor ISK 800 hadden we 2 grote flessen limonade, 4 appels en 6 bananen. Vanuit Hvammstangi reden we verder via de 711 naar Svalbarð. Hier maakten we wederom een korte stop voor een zeehondenkolonie die zich voor de kust op de rotsen zou bevinden. Nadat we een metalen klaphekje hadden gepasseerd, volgden we een klein voetpaadje richting de kust. Op de rotsen voor de kust bevonden zich inderdaad een aantal zeehonden die lekker op hun gemak lagen te dromen. Ietsje verderop lagen 2 zeehonden midden op een zandbank. Het was een komisch gezicht, want ze waren omringt door water. Hierdoor leek het net alsof ze op het water dreven. Naarmate we verder noordwaarts reden, begon de zon steeds meer terrein te winnen. Tijdens onze rit van Svalbarð naar Hindisvík hadden we een stelletje malle geiten op de weg. Die beesten bleven maar voor ons uit rennen, totdat ze op een gegeven ogenblik zo moe waren dat ze eindelijk door hadden dat ze ook gewoon aan de kant konden gaan. Bij Hindisvík hoopten we ook nog wat zeehonden te zien, maar helaas. Wel waren we hier getuigen van de eerste wandeling van een veulentje dat net geboren was. Er bevonden zich een heleboel paarden bij de gelijknamige, verlaten boerderij. Nadat Jeroen zijn leven had gewaagd, door op een heel smal randje te gaan staan zodat ik een foto kon nemen, reden we weer verder naar de versteende trol Hvítserkur. Via een heel stijl en spectaculair afdalend paadje kwamen we bij een parkeerplaatsje aan. Hier vandaan liep een smal paadje naar een houten vlonder, waar we een mooi uitzicht hadden op de rots. De rots dankt zijn naam (Hvítserkur= ‘Wit shirt’) aan de vele vogelpoep. Volgens een oude legende is het een trol, die bij zonsopgang in steen veranderde.

De volgende stop was bij de prachtig opgeknapte Ósar boerderij. Tegenover deze boerderij begon een paadje dat naar beneden liep en bij de kust eindigde. Een vriendelijke man hielp ons het hek openen en vertelde ons dat we niet te ver naar het oosten moesten lopen vanwege de vele vogels die aan het broeden waren. Via een houten hekje kwamen we op een mooi uitzichtpunt uit waar we even gingen zitten.Hvítserkur Voor ons op de zandbanken lagen een heleboel zeehonden te genieten van de zon. Toen we weer terug liepen door het houten hekje, stortte het hekje in. Een van de haken had het begeven, met een steen probeerde we het hekje te repareren zodat het provisorisch bleef hangen. Bij Vesturhópshólar sloegen we van de 711 af en reden we verder over de 717 langs het Vesturhópsvatn richting Borgarvirki. Deze merkwaardige rotspartij bestaat uit 10 tot 15 meter hoge basaltzuilen. Op de top bevond zich een ronde inzinking die naar het oosten toe open was, maar met een muur was afgesloten. Binnen de muur bevonden zich de resten van twee woningen en een bron. Het geheel is met raadsels omgeven, omdat nergens in de IJslandse literatuur iets over Borgarvirki terug te vinden is.


Vanaf Borgarvirki reden we in één keer door via de 1 naar Varmahlíð. Rond half 6 kwamen we in het plaatsje aan en moesten we nog even zoeken waar we precies moesten zijn voor ons hotel. Het bleek dat we ons eerst moesten melden bij een soort receptie midden in een loodsterrein. Vervolgens moesten we de eigenaresse volgen met de auto en werden we naar ons huisje gebracht. Bovenop de heuvel stonden 6 huisjes gezellig rond een hotpot. Nadat we onze spullen in het huisje hadden gezet, gingen we op zoek naar een restaurant in het iets verderop gelegen stadje Sauðárkrókur. Het stadje was niet veel meer dan een redelijk dorp in onze ogen. De restaurants lagen ook niet voor het oprapen. Uiteindelijk gingen we maar gewoon bij eentje naar binnen. Hier bestelden we een heerlijke paardenbiefstuk. Vooraf mochten we weer, net als in Reykjavik, naar keuze soep en groente of fruit pakken. De rekening was weer afschrikwekkend hoog (ISK 5700 voor 2 paardenbiefstuk en twee glazen cola en fanta). Na het eten moesten onze portemonnees weer gevuld worden. Bij een pinautomaat namen we beide ISK 10.000 op, zodat we weer even vooruit konden. Tijdens de terugrit naar ons huisje, maakten we nog even een korte stop bij Glaumbær. Rond 9 uur waren we weer terug en kregen we algauw bezoek van de eigenaresse, die ons nog steeds geen nieuws over Drangey kon vertellen. Na een heerlijke douche besloten we om lekker op tijd naar bed te gaan.




Home Travel photography Nature photography Links E-mail