Terug naar dag 3 Home IJsland
Verder naar dag 5


Dag 4: Hrisey

Zondag 12 Juni 2005


Om half 8 liep de wekker af. Voordat we gingen ontbijten, reden we nog even bij de receptie langs in de hoop dat er eindelijk nieuws was over de tocht naar Drangey. We bleken de dame in kwestie uit haar bed te bellen, maar ze had helaas geen goed nieuws. Het weer rond het eiland was slecht, zodat er weinig zicht was en er dus geen boot naartoe ging. We moesten het ’s middags nog een keerHet dorp van Hrisey proberen, dat leek ons niet zo’n goed idee. Als het ’s middags weer niet doorging dan waren we een complete dag kwijt. We gingen eerst maar ontbijten in het 'Varmahlið'hotel. Hier hadden we een uitstekend ontbijtbuffet tot onze beschikking met weer allerlei heerlijke crackers en boterhammen. Het leek wel alsof we de enige bezoekers van het hotel waren, maar later kwam er toch nog een moeder met zoon ontbijten.

Na het ontbijt liepen we gelijk bij het informatiebureau langs dat naast het hotel lag, om te kijken wat we nog meer in de buurt konden gaan doen. Helaas konden we niet echt iets spectaculairs vinden, zodat we maar weer terug naar ons huisje reden. We besloten om ons boekje te volgen en gingen op weg naar Hofsós en Þórðarhöfði. Via de 76 reden we naar Hofsós, waar we onze eerste tankbeurt hadden. In het plaatsje zelf was verder niet veel meer te zien of te beleven, zodat we direct verder reden naar Þórðarhöfði. De weg voerde grotendeels langs de kust. We hadden een prachtig uitzicht op de eilanden Malmey en Drangey. Þórðarhöfði kwam al gauw in zicht, maar helaas konden we geen parkeerplek vinden. We wilden graag een wandeling over deze 171m hoge berg maken, die volgens een oude legende een groot aantal elfen herbergt.

Ons volgende doel werd nu het ruim 6 km2 grote Miklavatn. Maar ook dit bleek bij aankomst niet veel bijzonders te zijn, zodat we wéér verder reden. Dit keer was Dalvík ons doel voor een boottocht naar Hrísey. De geasfalteerde 76 was inmiddels overgegaan op de gravelweg 82, die ons naar Olafsfjöður bracht. Via een 3400m lange tunnel door de berg Ólafsfjarðarmúli kwamen in Dalvík aan. De veerpont naar Hrísey bleek echter vanuit Árskógssandur te gaan, zodat we nog een stukje verder moesten rijden. Bij een pompstationnetje vroegen we waar we precies moesten zijn. De vriendelijke dame vertelde ons dat we op de boot konden betalen en dat de pont elk moment kon aankomen.

Om half 2 vertrokken we met het pontje richting het op een na grootste eiland (11.5km2) van IJsland: Hrísey. De overtocht duurde slechts 15 minuten. Eenmaal aan de oDe kerk van Akureyriverkant aangekomen stond er een prachtig overzichtelijk bord van het eiland met de wandelroutes. We hoefden maar een klein stukje te lopen, voordat we het dorpje verlieten en we ons in de natuur konden storten. We konden kiezen uit verschillende wandelroutes. We besloten de route van 5 km te nemen, want die liep grotendeels langs de kust van het eiland. In het eerste gedeelte van de wandeling hadden we weer last van lastige sternen die hun nesten bewaakten. Gelukkig waren ze niet zo vreselijk opdringerig als de stern in Þingvellir, maar toch! Je kon goed merken dat er niet veel toeristen op het eiland komen, want het paadje was af en toe heel slecht begaanbaar en moeilijk te zien. De omgeving was prachtig. De begroeiing was laag, zodat we veel vogels om ons heel konden zien vooral meeuwen. Het eiland bezat een hoge rotskust, zodat we de eidereenden van bovenaf konden bewonderen. Zelfs nu we zover van hun af stonden waren ze bang en zwommen ze telkens weg als we over het randje naar beneden keken. Tijdens het laatste stukje van de wandeling werden we weer begroet door onze grote vrienden.

Rond 4 uur waren we weer terug in het dorpje, waar de mensen door een tractor werden vervoerd. Voordat we terug naar de boot gingen, maakten we nog wat fotootjes van de vrolijk gekleurde huizen met op de achtergrond de prachtige fjorden. Het openbare toilet zag er overigens geweldig uit. Het was een houten huis met verschillende toiletten en kraantjes, die prachtig schoon en fris waren. Om half 5 vertrok het pontje weer richting Árskógssandur. We reden verder over de inmiddels weer in asfalt veranderde 82 naar Akureyri voor ons diner. Akureyri is de grootste plaats van Noord-IJsland (ca. 17.000 inwoners). Het heeft dan ook de bijnaam ‘Hoofdstad van het noorden’. We besloten, na uiteraard even gezocht te hebben, in het gezellig drukke 'Bautinn' restaurant te gaan eten. Het voorgerecht bestond weer uit zo’n heerlijke saladbar, waar we zelf uit konden opscheppen. We kozen voor een heerlijk soepje en wat verse groente voor naast ons hoofdgerecht, dat bestond uit een heerlijke pasta bolognese. De rekening viel voor IJslandse begrippen best mee: ISK 4960. Voordat we terug reden naar Varmahlíð, maakten we nog even wat foto’s van de nabij gelegen prachtige kerk. Via de 1 reden via een prachtige weg door de bergen terug naar huis, waar we om kwart over 9 aankwamen. We wilden eigenlijk nog even in de hotpot om bij te komen van deze dag, maar helaas begon er een graafmachine vlakbij te werken. De douche leek ons daarom een beter alternatief. Nadat het dagboek bijgewerkt was en de route voor de volgende dag was bepaald gingen we rond half 11 eindelijk slapen.



Home Travel photography Nature photography Links E-mail